|
Frank van Gool over MOE Landen
| Volgens van Gool is Nederland fors economische groei misgelopen |
| Directeur Frank van Gool van het Venrayse Otto Work Force is blij. Op 1 mei werd de uitzonderingspositie voor MOE-landen (Midden- en Oost-Europeanen) opgeheven en mag ook deze catogorie EU-werknemers zonder werkvergunning in ons land aan de slag. “Drie jaar te laat. We hebben ook vestigingen in Engeland. Daar maken ze net als in Ierland al langer gebruik van MOE-landers. Die hebben de krenten uit de pap gehaald. Wij moeten in Nederland hard werken via opleiding om hetzelfde niveau te krijgen als hun Engelse colega’s.”
Volgens van Gool is Nederland fors economische groei misgelopen. “We hebben heel wat werk laten liggen. En ik snap het ook niet. Het Europese model leunt op vier pijlers: vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen. Van die eerste drie pijlers hebben we in Nederland veel profijt gehad. De laatste pijler lag moeilijk. Als het nou ging om angst voor werkloosheid onder de eigen beroepsbevolking, kan ik me nog iets voorstellen, maar het ging om werk dat Nederlanders niet wilden doen.”
Volgens Van Gool spelen sentimenten een rol. Zo zouden we bang zijn voor het gastarbeidersprobleem van de jaren zestig als de conjuctuur onverhoopt weer mocht omslaan. “Marokkanen gingen niet terug. Sommige zorgden voor problemen. Spanjaarden en Italianen kwamen ook maar keerden weer terug. Dat zijn katholieken, die zijn honkvaster. Net als Polen, ook katholiek. Die blijven hier niet hangen als er geen werk is.”
Otto Work Force behoort volgens Van Gool tot het koren, maar kaf is er ook. “Ach, ik weet genoeg misstanden en ken ook bedrijven die tien mensen huisvesten in een ruimte die voor vier mensen bedoeld is. Dat doen wij niet. Dat is niet de OTTO-norm.” Om zijn woorden kracht bij te zetten wijst hij op de deelname aan de NEN-norm 4400-1 die op 1 januari het levenslicht zag. Die controleert onder andere op een keurige afdracht van sociale lasten. “Tien procent van de uitzendbureaus gebruikt die norm. Maar wel de tien procent met negentig procent van de omzet. Negentig procent van de uitzendbureaus kan niet voldoen aan deze norm. Daar zitten heel wat slechte bureaus tussen. Die regelen voor opdrachtgevers heel goedkope krachten, maar uiteindelijk betalen hun klanten en zijzelf de prijs. Is het niet door de forse boet van de arbeids inspectie, dan toch wel door imagoschade." |
|
|
| |
|
|